Loslaten, hoe doe je dat dan?

Controle… loslaten …Het zijn thema’s die wel vaker voorbij komen, zowel in mijn praktijk als in de reizen die ik begeleid. “Ja, maar hoe dóe ik dat dan?” is een veel gestelde vraag. Soms doorzie ik het en kan ik op weg helpen, maar uiteindelijk gaat het vaak om een beslissing. De beslissing of je jezelf daarmee helemaal vast wilt blijven zetten, of dat je je overgeeft aan dat wat er is.

In het moment blijven is daarbij vaak cruciaal. Je kunt de toekomst niet voorspellen en alles wat je kan bedenken, is vaak vooral gerelateerd aan angst (opgedaan door eerdere ervaringen) of vastgeroeste overtuigingen waar het jezelf betreft. Ergens lukt het ons makkelijker om de angst op een situatie te projecteren dan het vertrouwen.

 

Het is iets waar ik zelf ook mee worstel de laatste tijd. Angst versus vertrouwen, maar ook “het goed willen doen”, dat zowel met mijn “oude pijn” van niet goed genoeg zijn te maken heeft, als met de controle over de situatie willen behouden. Verder heb ik een grote drang om een ander geen verdriet te doen, waardoor ik veel verdriet maar zelf op mij neem.

 

De vorige keer schreef ik over de ziekte van mijn vader. Mijn vader is inmiddels op 23 maart jl. overleden. Daarom is het ook wat stil geweest aan mijn kant. Er moest en moet nog steeds veel geregeld worden. Door het overlijden van mijn vader, is mijn moeder alleen komen te wonen. Haar wens is ook om alleen te blijven wonen. Dat laatste is echter nog niet zo gemakkelijk, gezien haar vorderende dementie.Ondanks dat ik echt alles in het werk stel om haar behulpzaam te zijn, merk ik dat zelfs dat nog niet voldoende is en, voor mij nog moeilijker: het wordt eigenlijk niet op prijs gesteld. Ik weet daadwerkelijk niet meer hoe ik het goed kan doen.

 

Ik probeer er om de dag te zijn, één keer per week doe ik alle boodschappen voor haar. Ik probeer haar er voorzichtig op attent te maken dat ze al erg lang dezelfde kleren aan heeft. Aangezien zij zelf totaal in ontkenning is van haar dementie, is het iedere keer op eieren lopen. Directe confrontatie geeft huilbuien en paniek-reacties, maar de voorzichtigheid die ik aan de dag leg, sterkt mijn moeder momenteel alleen in het gevoel dat het wel meevalt. En dat laatste is dus niet zo.

 

Ik ben bang. Bang dat ik het op een moment niet kan onderscheppen als er weer ontdooiende vis of kip ligt te rotten in de koelkast (hetgeen ze niet meer ruikt) en ze daardoor erg ziek wordt. Tot nu toe wist ik het te voorkomen (met een paniekreactie van mijn moeder tot gevolg), maar ik kan er eenvoudigweg niet elke keer zijn. Ik schaam me. Mensen die bij haar over de vloer komen en ruiken dat ze niet zo fris ruikt gaan misschien wel zeggen “Die dochter doet ook niets”, terwijl ik echt niet meer weet hoe ik nog meer voor mijn moeder kan doen.

 

Ik ben verdrietig. Ik moet mijn moeder telkens confronteren met iets dat haar pijn doet. Het gevolg is dat ik haar verdriet doe. Dat uit zich steeds in een impliciet dreigement richting mij: “dan laat me maar doodgaan”, of ze zegt andere kwetsende dingen tegen me. Ik weet dat ze dit in haar hart niet meent, en dit ook wordt ingegeven door angst en ook schaamte.

 

Afwijzing, controle, angst.. het giert door mijn lijf de laatste weken. En ik weet en zie dat het ook door mijn moeder’s lijf giert. We zijn beiden bang voor de toekomst, beiden bang dat de controle ons ontglipt, beiden ervaren we schaamte en beiden ervaren we intens verdriet van afscheid van de persoon die zij was en die zij voor mij was. Ook die persoon moeten wij loslaten. Zoveel overeenkomsten, en dat zie ik, maar ik kan het niet met haar delen vanwege de ontkenning.

De les van in het moment blijven, die zie ik heel duidelijk. En het is een mooie maar ook zware les. Ook ik sta voor een beslissing. Dat voel ik als een stelligheid. Ik weet dat als ik in de angst en controle blijf zitten, ik een erg zwaar traject voor de boeg heb. Ik probeer dan ook los te laten van wat er zou kúnnen gebeuren, en te handelen naar wat er gebeurt. Maar achter in mijn hoofd zit er een stemmetje dat zegt “wat als het nu écht fout gaat?”. Kan ik het mijzelf dan vergeven, dat ik gehoor geef aan haar vraag haar “meer met rust te laten” en “me niet zoveel overal mee te bemoeien”? De kans dát de dingen fout gaan is groot. Durf ik te vertrouwen op dat het goed gaat?

 

Het voelt als een sprong in het diepe. De angst, schaamte, het “goed willen doen”, laat mijn voeten stevig in de aarde klauwen. Onbewust neem ik zo de hele grote verantwoordelijkheid op me van leven en dood. Deze gevoelens  zetten mij volledig klem.  Het verdriet dat ik voel laat me echter kennismaken met mijn machteloosheid, en juist deze machteloosheid maakt dat ik zie dat ik er daadwerkelijk ook niets aan kán doen, de controle eenvoudigweg niet heb of kan pakken. Langzaam laat ik de touwtjes los. Ik ga proberen niet meer te “regelen” of “helpen”, maar er gewoon te zijn. Tot het moment komt dat dit niet meer voldoende is. Maar ook dat is toekomst, en die kan ik in dit moment niet overzien.

Commentaar schrijven

Commentaren: 0