Er is altijd hulp, als je erom vraagt..

Met een klank in mijn stem die matheid aangeeft, verdriet, wanhoop bijna, spreek ik een whatsapp-berichtje in bij mijn goede vriend/collega Jeroen-Martijn, met wie ik een band voel alsof hij mijn ‘grote broer’ is.  In de afgelopen maanden heb ik het dementieproces van mijn moeder heel erg snel zien gaan. Bijna tot een punt dat ik het even niet meer zag zitten. Ze had hulp nodig, die ik haar niet meer kon geven. Ik was er bijna elke dag. Er lag een inschrijving bij het verzorgingstehuis, maar hoe lang zou dat nog duren?

Mijn vaste schema ‘dat ik kon volhouden’ van om de dag er zijn, zorgen en koken, werd aangevuld met vaak wel twee telefoontjes per dag van Thuiszorg, dat ze niet binnen konden komen, geen tabletten konden verstrekken (van levensbelang voor mijn mams). En dus ging ik weer op en neer naar Kerkrade. Ook werd ik nu af en toe in de nacht gebeld en moest ik ernaartoe. Het vorige weekend voelde ik mij dan ook doodmoe, verslagen. Ik kon niet meer zorgen, ik was klaar, afgemat, batterijtje leeg. Rijp voor een burnout. Er was geen einddatum in zicht. Vaak is het nog wel te behapstukken als je weet dat het nog maar een half jaar duurt, althans zo werkt dat voor mij.

 

Dat ik uitgeput was, voelde ik al langer, maar het was een wetenschap die ik binnenin me hield. Iemand móest het immers doen en kunnen, en één van mijn kwaliteiten is ook dat ik een rots in de branding kan zijn.  Omdat ik het niet durfde uit te spreken, werd dit gevoel van verslagenheid ook steeds groter. Totdat ik het op zondag uitsprak tegen Jeroen-Martijn, van wie ik weet dat hij zonder oordeel luistert, dat hij me aanhoort zonder gelijk een oplossing te willen verzinnen. Gelijk daarna voel ik me beter. Ik heb er lucht aan gegeven, ik heb het naar buiten gebracht. Buiten mijn eigen kleine vermoeide binnenwereld.

 

En er gebeurde iets, waarvan ik diep van binnen ook wel weet dat dit klopt. Ik was het even kwijtgeraakt door alle drukte en het zorgen en mijn lichte paniek dat ik het allemaal niet meer zou kunnen.  Als je je hulpvraag naar buiten toe brengt, komt er hulp. Dan wordt het waar, dan kan zich die hulp, of dat wat je nodig hebt manifesteren. Gelijk de dag erna, op maandagochtend, om 09.00 al, ontvang ik een telefoontje van het verzorgingstehuis. Er is plek voor mam. Er is maar één maar: ze moet erin zitten vóór donderdag. Het betreft een kamer die eigenlijk aan iemand anders was vergeven, maar die op het laatste moment niet kon worden geaccepteerd. Toeval bestaat niet.

 

Verbaasd, verrast, maar vastberaden zeg ik “Ik ga het absoluut regelen!”. Nee zeggen is geen optie. Vlak daarna voel ik binnen de chaos die zich gelijk ook ontvouwt, een hele grote dankbaarheid. Dankbaarheid aan het leven, het universum, de kosmos, hoe je het ook wilt noemen, dat het mijn smeekbede gehoord heeft. Dat ik word geholpen. Dat ik het wáárd ben om geholpen te worden. Simpelweg omdat ik het uitsprak “het lukt niet meer alleen, en ik wil dat het mijn moeder én mij goed gaat”.

 

Op woensdagavond van de afgelopen week, betreedt mijn moedertje voor het eerst haar mooie nieuwe kamer, die we als een speer hebben opgeknapt en ingericht. Met mooie bossen bloemen, haar dierbare spulletjes, en ik zie haar ontroerd staan. Ze vindt het prachtig. Ik blijf bij haar totdat het bedtijd is. Ik zit op haar bedrand, en zij ligt lekker onder de wol. Nog één keer draaien we de ouder-kindrol om. Als een opgewonden meisje op Sinterklaasavond vertelt ze met blosjes van onder de dekens over de mooie spulletjes die in haar kamer staan. Hoe mooi ze het vindt, hoe spannend ze het vond en hoe blij ze is dat haar kamer zo mooi is en ze er nu is. Ze zegt "je hebt het goed gedaan, ook al heb ik zo'n gemene dingen tegen je gezegd vanochtend". Voor het eerst sinds lange tijd ga ik bij mijn moeder weg met een gerust hart. Geen angst meer om wat er kan gebeuren, maar wetend dat ze veilig en – ook voor het eerst weer sinds een jaar – gelukkig is.

 

Ik bezoek haar bijna elke dag even in de afgelopen week. Voor het eerst ook sinds een jaar hoor en zie ik haar weer voluit lachen. Ze bloeit helemaal op en kijkt helderder uit haar ogen. Ik heb voor dit moment weer even écht mijn moedertje terug. Ik ben weer even haar kind en we hebben fijne gesprekken. Haar geheugen is een heel stuk beter door alle prikkels. Ze gaat voor het eerst naar een groepsactiviteit en vindt ook dat helemaal leuk. Ze vertelt dat ze heel hard heeft moeten lachen om grapjes van bewoners bij het eten. Ik weet werkelijk niet wat ik hoor. Ik ben zó trots op mijn moedertje, dat ze het zo goed doet!

 

Er is hulp, als je erom durft te vragen, denk ik bij mezelf. Meer nog dan hulp. Geluk, blijdschap… en ik voel een hele grote dankbaarheid. Jezelf uitspreken is zo belangrijk. Ik neem me voor het nóg vaker te gaan doen.

Ik merk dat ook ik voor het eerst sinds een jaar weer echt gelukkig durf te zijn.

Reactie schrijven

Commentaren: 0